2026 is uitstekend begonnen voor beleggers in oliedienstverleners. Zowel Baker Hughes als SLB sloot januari af met een plus van rond de 25 procent, terwijl Halliburton met 20 procent niet ver achterbleef. Na een lange periode van neergang lijkt er daarmee weer optimisme te zijn rond deze aannemers van de oliewereld.
Als het over olie gaat, hebben beleggers, media en klimaat-demonstranten veruit de meeste aandacht voor de oliebedrijven die we kennen van de pompstations die ze langs de snelweg uitbaten. Beweegt de olieprijs, dan kijken beleggers vooral naar de reactie in de koersen van Shell, BP, ExxonMobil of Chevron. Dat is logisch: zij doen de miljardeninvesteringen in de olievelden en verhandelen of verkopen de olie die opgepompt wordt.
Maar voor alles wat daar tussenin gebeurt, is een andere reeks bedrijven belangrijker. Dat zijn de oliedienstverleners, die het boorwerk, het leggen van pijpleidingen en het onderhouden van de bestaande infrastructuur doen. Halliburton, Baker Hughes en Schlumberger, de grootste bedrijven in die sector, verdienen daar miljarden aan.
De grootste
SLB, dat zijn voormalige naam Schlumberger in 2025 achter zich liet, is het grootste bedrijf in de sector en werd in 1926 opgericht door twee Franse broers, Marcel en Conrad Schlumberger. De twee geologen wisten aan de hand van de mate van geleiding de samenstelling van de bodem te bepalen en op die manier lucratieve olievelden te vinden.
De eerste activiteiten van het bedrijf vonden plaats in Europa en Afrika, maar vanaf 1929 is het bedrijf ook in de Verenigde Staten actief. Het hoofdkwartier kwam uiteindelijk in de Texaanse oliestad Houston terecht, al is SLB statutair gevestigd op Curaçao.
Van de grote oliedienstverleners geldt het als de meest internationaal gediversifieerde. Naast een ruime derde van de omzet vanuit het Midden-Oosten, komt 27 procent uit Europa en Afrika en 19 procent uit Zuid-Amerika.
Het bedrijf verliet Rusland, ondanks de grote kritiek die het daarop ontving, nooit. De Russische markt was voorafgaand aan de Oekraïne-inval goed voor zo’n 5 procent van de omzet, die in 2021 22,9 miljard dollar bedroeg. De Britse krant Financial Times rapporteerde in 2024 dat SLB toen nog altijd nieuwe contracten tekende in Rusland, nieuw personeel aannam en onderdelen importeerde. Ceo Olivier Le Peuch stelde begin vorig jaar dat zijn bedrijf “in overeenstemming met de nieuwe sancties” opereert.
Mislukte fusie
Halliburton, dat zijn hoofdkantoren in Houston en Dubai heeft, is gezien zijn omzet veel Amerikaanser dan SLB. De Noord-Amerikaanse markt was in 2025 goed voor 41 procent van de omzet. Het bedrijf heeft vooral veel activiteiten in de schalie-industrie. Die kende een lange periode van neergang en heeft het ook anno 2026 nog lastig. Halliburton liep een slechte naam op door zijn betrokkenheid bij de olieramp op het boorplatform Deepwater Horizon en door contracten die het begin deze eeuw kreeg in Irak – toen voormalig Halliburton-ceo Dick Cheney vicepresident was.
In 2016 poogde het bedrijf te fuseren met Baker Hughes, een grote concurrent. De Amerikaanse mededingingsautoriteiten hielden die overname echter tegen, waarna Baker Hughes fuseerde met de olie- en gastak van General Electric.
Volatiele aandelen
Wie wil weten hoe het olieaanbod er de komende jaren uitziet, doet er goed aan deze bedrijven goed in de gaten te houden. Voor de grote oliemaatschappijen zijn investeringen in nieuwe velden of het uitbreiden van bestaande faciliteiten de eerste knop waaraan zij draaien als de economische omstandigheden veranderen of de olieprijs daalt. Door die directe blootstelling aan de olieprijzen, gelden de oliedienstverleners als relatief volatiele aandelen binnen de toch al bewegelijke energiesector.
Daarmee zijn de grote ontwikkelingen in de olie-industrie van de afgelopen tien jaar goed terug te lezen in het koersverloop. Rond 2015 boekten de oliedienstverleners grote verliezen nadat de olieprijs hard daalde. Dat was het gevolg van agressief beleid door de Organisatie van olie-exporterende landen OPEC. Dat oliekartel hoopte, onder leiding van Saoedi-Arabië, dat het de Amerikaanse schalie-industrie harde klappen kon toebrengen door de olieprijs flink te drukken. “De olieprijs boeit ons niet,” zei de Saoedische kroonprins in 2016 tegen persbureau Bloomberg. “Of die nou 30 of 70 dollar is, voor ons is het allemaal hetzelfde.”
Het betekende een enorme neergang van de schaliesector.
Halliburton, dat de meeste blootstelling aan die sector heeft, boekte dat jaar een verlies van 5,8 miljard dollar. De jaren erna ging het niet veel beter voor de dienstverleners. Terwijl schaliebedrijven de Saoedische boodschap ter harte namen en de investeringen staakten, verschoven vooral de Europese oliebedrijven hun investeringen naar alternatieve energiebronnen en het veel minder lucratieve aardgas. Grote nieuwe olie-investeringen bleven ook uit door angst dat de opkomst van de elektrische auto betekende dat de vraag naar olie niet langer zou stijgen.
Corona-ellende
Die periode etterde stevig door, met gezamenlijke nettoverliezen voor SLB, Baker Hughes en Halliburton van ruim 10 miljard dollar in 2019. Het bleek nog erger te kunnen voor de oliedienstverleners. In 2020 zorgde de coronapandemie voor een wereldwijde ineenstorting van de olie-industrie. Vliegtuigen stegen nog maar nauwelijks op, terwijl de thuiswerkverplichtingen ervoor zorgden dat automobilisten de weg niet meer opgingen. Het aantal oliewinlocaties wereldwijd daalde in zes maanden tijd van ruim boven de tweeduizend naar net meer dan duizend. Halliburton boekte een operationeel verlies van 2,4 miljard dollar en zag zijn omzet met ruim een derde teruglopen, naar 14,4 miljard dollar. Ceo Jeffrey Miller sprak van “het slechtste jaar in onze geschiedenis”. De drie grote spelers boekten opgeteld een nettoverlies van 23 miljard dollar in 2020, een ruime verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder.
Bezuinigingen en groeiende vraag
Als gevolg van de pandemie gingen in 2020 zo’n zestig Amerikaanse oliedienstverleners failliet. Nu is dat een voordeel voor de grote partijen die overbleven: zij hebben te maken met minder concurrentie. Daarbij hadden zij veel personeel ontslagen om kosten te drukken. Het uitbetalen van dividenden was ook flink teruggeschroefd. De effecten van die bezuinigingsslag waren vanaf 2022 goed zichtbaar. De Russische inval in Oekraïne zorgde ervoor dat oliehandelaren naarstig op zoek moesten naar niet-Russische olie, wat nieuwe investeringen in de VS en het Midden-Oosten voedde. Oliebedrijven lieten dat jaar ook veel inmiddels achterstallig onderhoud doen om de productie uit bestaande bronnen op te voeren. De groeiende vraag naar gasinfrastructuur, bijvoorbeeld in de vorm van lng-terminals voor het vervoer van gas vanuit de Verenigde Staten en het Midden-Oosten naar Europa en Azië, hielp de bedrijven ook. De omzetten voor de oliedienstverleners stegen dan ook naar de hoogste niveaus sinds 2014.
Focus op efficiëntie
Met de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis kwam de president met de belofte dat de Verenigde Staten een nieuwe periode van toenemende olie-exploitatie ingaan: Drill, baby, drill was daarbij zijn campagneleus. De belofte diende er vooral toe de olieprijzen te drukken, aangezien presidenten weten hoe belangrijk de prijzen aan de pomp zijn voor hun populariteit onder het Amerikaanse electoraat.
Hoewel de belofte meer olie op te pompen als goed nieuws klinkt voor de oliedienstverleners, is het dat niet per se. Door de al tijden relatief lage olieprijs zijn de Amerikaanse oliemaatschappijen huiverig met het doen van investeringen. Zeker bedrijven die actief zijn in schalieolie willen niet investeren bij de huidige prijzen. Maar ook de traditionelere olie-exploitanten houden zich gedeisd. De focus op efficiëntie speelt vooral bij de olieproductie in de Verenigde Staten een grote rol. Het aantal boortorens op het Permian Basin – het enorme olieveld onder Texas en New Mexico – is bijvoorbeeld gedaald van een piek van boven de 6.500 in 2023, naar minder dan 5.000 in het derde kwartaal van 2025. In dezelfde periode nam de olieproductie juist met zo’n vijftig miljoen vaten per dag toe.
Nieuwe technologie
Dat het mogelijk is om met veel minder boorfaciliteiten te werken, is te danken aan nieuwe technologieën, zoals krachtigere aandrijvingen. Zo is het nu mogelijk om vanuit een paar kleine faciliteiten boven de grond een groot ondergronds oppervlakte te bestrijken met gebruik van horizontale pijpleidingen, een proces dat pad drilling heet.
De efficiëntieslag die olieproducenten willen maken betreft zowel kleinere oliebedrijven als de giganten Chevron en ExxonMobil, die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de productie uit het Permian Basin. Chevron verwacht dit jaar bijvoorbeeld evenveel olie uit het veld te halen als het in 2025 deed, maar dan met 1 miljard dollar lagere kapitaalinvesteringen. Exxon wil iets meer olie uit het veld halen, maar wil daarbij de kapitaalinvesteringen gelijk houden.
Het resultaat is dat Halliburton in 2025 een 5,8 procent lagere omzet rapporteerde uit de Noord-Amerikaanse markt. Tegelijkertijd daalde de omzet uit de internationale markten waar het concern actief is een stuk minder hard, met een min van 1,8 procent. Met drie vijfde van de totale inkomsten zijn de buitenlandse markten de belangrijkste omzetbron voor Halliburton. Voor het huidige jaar verwacht het management dat de omzet in Noord-Amerika nog sneller wegzakt, terwijl de inkomsten daarbuiten op het huidige niveau zullen blijven.
Venezuela
Beleggers waren begin 2026 optimistisch over het idee dat de oliedienstverleners veel activiteiten zouden kunnen ontplooien op de Venezolaanse markt. Dat land heeft enorme oliereserves, maar investeerde onder de presidenten Hugo Chávez en de op 3 januari door Amerikaanse militairen gevangengenomen Nicolás Maduro niet in de olie-infrastructuur. Daardoor zijn veel boortorens verlaten of vervallen.
Het aandeel SLB steeg in januari met 26 procent, dat van Halliburton kreeg er 18 procent bij. Dat SLB er zoveel meer bij kreeg, heeft te maken met het feit dat het bedrijf nooit volledig uit Venezuela vertrok. Samen met Chevron, dat als enige Amerikaanse olieproducent nog actief is in het Zuid-Amerikaanse land, exploiteert het er nog olievelden. Dat feit gebruikte ceo Olivier Le Peuch dan ook expliciet toen de Amerikaanse president Donald Trump de bestuurders van een aantal oliebedrijven begin dit jaar uitnodigde in het Witte Huis.
“We zijn er actief, hebben capaciteit en er staat in Venezuela voor 700 miljoen dollar aan apparatuur om al onze klanten te kunnen bedienen,” stelde Le Peuch.
Op de lange termijn
Analisten hebben hun twijfels of en op welke termijn de oliemaatschappijen daadwerkelijk besluiten de investeringen in Venezuela op te schroeven. Dat lijkt vooral af te hangen van de manier waarop Trump zich de komende periode tot het Zuid-Amerikaanse land gaat verhouden. Washington zal toestemming moeten verlenen voor het exporteren van machines en onderdelen door de oliedienstverleners, en het is nog niet zeker of dat wel gaat gebeuren. Ook zou er geweld kunnen uitbreken in het land, als gevolg van het machtsvacuüm dat met het vertrek van Maduro is ontstaan.
“We verwachten geen waarneembare stijging van export naar de regio en zien het meer als een langetermijnkans,” schreven analisten van Fitch eerder dit jaar. Ook voordat de Verenigde Staten in 2017 sancties oplegden aan Venezuela, gold het land niet als een van de grootste omzetbronnen. Volgens Halliburton-bestuurders was het voorafgaand aan de beperkingen goed voor zo’n 3 procent van de omzet.
Energie voor datacenters
Een groter lichtpunt is de sterk toegenomen vraag naar energie vanuit de gigantische datacenters die bedrijven als OpenAI, Meta en Google bouwen in de race om de beste modellen voor kunstmatige intelligentie te ontwikkelen. Die datacenters gebruiken zeer energie-intensieve chips. Ze worden vaak op locaties gebouwd waar de energievoorziening ontoereikend is om de komst van zo’n complex te dragen. Om toch aan voldoende stroom te komen om de peperdure chips vierentwintig uur per dag hun werk te kunnen laten doen, bouwen de techbedrijven eigen gascentrales naast de datacenters.
Met dat soort werk hebben de oliedienstverleners ervaring, want ook voor olie-exploitatie op relatief onbereikbare plekken of met zeer energie-intensieve hogedrukpompen, moeten de oliebedrijven geregeld eigen stroomvoorziening regelen. Daartoe gebruiken ze vaak makkelijk verplaatsbare turbines.
Om aan extra omzet te komen zijn alle grote oliedienstverleners in de bouw van datacenters gesprongen. Halliburton heeft daartoe een belang van 20 procent genomen in het energiebedrijf VoltaGrid. De partijen willen samenwerken aan het bouwen van energiesystemen voor datacenters in het Midden-Oosten. Ook Baker Hughes en SLB zijn actief in de datacentersector. SLB boekte er voor zo’n 330 miljoen dollar aan orders uit, terwijl Baker Hughes al 1,5 miljard dollar rapporteerde.
De overname van Chart Industries zal ervoor zorgen dat Baker Hughes meer diensten kan leveren die voor de datacenters relevant zijn, zo verwachten analisten. Zo kan het naast het leveren van energie, diensten leveren om datacenters te koelen.
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |